Let It Snow

De maand december nodigt uit tot reflectie. Kostbare minuten denkwerk door miljoenen self-made filosoofjes monden op oudejaarsavond uit in goede voornemens voor het aanstaande jaar. Nu denken de meesten onder ons dat wel te kunnen: denken. Zij denken echter zonder zich te hebben ingelezen in bijvoorbeeld de schrijfsels van Aristoteles.

OK, hoeft niet. Maar… het kan wel handig zijn. Volgens bovengenoemde held (voor mij is hij dat) denken wij voornamelijk op basis van inductie en deductie. Deduceren doen wij allemaal graag, maar al te vaak met de verkeerde conclusies. Maar induceren, wie weet wat dat is? Hieronder geef ik een voorbeeld uit mijn eigen jeugd.

Zonder het te weten praktiseerde ik in- en deductie al op jonge leeftijd. Op de school waar nonnen het in hun ogen perfecte kleuteronderwijs doceerden, leerde ik hoe je sneeuw herkent. Dit is vreemder dan je zou vermoeden, want in het land waar ik geboren ben, wordt het gemiddeld zelden kouder dan 28 graden Celsius. Sneeuw kom je er slechts in de boeken tegen.

↑ Eugène Ionesco, Rhinocéros (1960), eerste acte (voorbeeld van existentialistisch denken).

De uitgeverijen in ons kikkerland verdienden zonder bijkomende inspanningen dik aan de schoolboeken die zij naar de tropen verscheepten. Deze bereikten, niet aangepast aan de behoeften van de plaatselijke bevolking, de klaslokalen. De leergierigen, eters van ikan asin en sajoer lodeh, staken wat op van de geografie van Drenthe, de bereiding van appelmoes en natuurlijk… sneeuw. Zodoende werden we voorbereid op iets wits, vochtigs, kouds, glibberigs, plakkerigs, wat uit de hemel valt, tot ballen gekneed een eind weg kon worden geworpen en buiten dit alles veel plezier geeft.

Tot zover de inductie. Ik heb het duidelijk niet over een kookplaat. Zelf kon ik niet bevroeden dat anderhalf jaar later ik aan het deduceren sloeg. We waren ‘thuisgekomen’, het was stervenskoud en het zette het op een sneeuwen. Ik had bij de nonnen goed opgelet, want ik zag leeftijdgenootjes met groot plezier elkaar bekogelen met iets wat wit, vochtig, koud, glibberig en plakkerig was en vers uit de lucht was komen vallen. Sneeuw.

Let It Snow! Let It Snow! Let It Snow! Deze drievoudige titel leidt een verrukkelijk stuk muziek in, een standard onder de Christmas songs. Maar voordat ik verder ga met mijn beschouwing over deze parel, geef ik een voorbeeld hoe het niet moet. Op het gevaar af dat er ladingen hate mail binnenstromen, laat ik hier weten wat er aan de onderstaande versie in ernstige mate schort.


↑ ‘Let It Snow’ door De Staat (officiële video uit 2011).

Het enige wat correct is, is de songtekst, want die is ongemoeid gelaten. Ach, hadden de leden van De Staat maar gedaan wat componist Louis Andriessen (naar zijn gelijknamige compositie heeft de band zich genoemd) graag deed, wanneer hij iets had gecomponeerd: uit en te na verhelderen wat hem voor ogen stond, toen hij het componeerde. Hun ‘Let It Snow!’ is onbegrijpelijk (dit is de mildste kwalificatie die ik kan opschrijven), maar ik sta alleen in mijn mening. Alle commentaren onder het filmpje zijn lovend.

Gaat de ‘official’ over de consumptiemaatschappij? Flessen Cola worden in overvloed geleegd en halverwege de clip wordt een boodschappenkarretje vol slachtafval voortgeduwd. De hoofdrolspeler eindigt roder dan het kerstmannetje kan zijn en sluit af met een boer. Iedereen laaiend enthousiast. De muziek bevat geen melodie en is geen muziek. Het ritme, algemene kwaal hier te lande, kan amper het gestamp van klompen verhullen. Nergens is een sprankje virtuoos spel te bespeuren. Het stuk getuigt niet van muzikaal vernuft, het stompt af, waarschijnlijk zonder dat het luisterend publiek zich hiervan bewust is.

Maar ja, alles zal wel zo bedoeld zijn en dan is er geen plaats voor onbegrip. De band heeft in augustus 2016 te horen gekregen dat het vier jaar lang subsidie van het Fonds Podiumkunsten mag verwachten à € 236.200,-, jaarlijks.

“In de periode 2017-2020 speelt De Staat 48 voorstellingen en/of concerten per jaar. Het gevraagde subsidiebedrag is 236.200 euro. Daarnaast wordt een bijdrage talentontwikkeling aangevraagd van 46.300 euro. Het totaal gevraagde subsidiebedrag komt daarmee op 282.500 euro.”
(Zie: fondspodiumkunsten.nl)

Dat is per bandlid vier jaar lang een meer dan bovenmodaal inkomen, waarbij hooguit BTW moet worden afgedragen over de tegenprestatie. Spreekt voor zich dat hun concerten niet gratis zijn.

Verder wil ik hierover geen woorden vuilmaken. Onderaan dit artikel valt te lezen waarom De Staat met hun interpretatie zich vergist. We gaan het over mooie zaken hebben. Eerst de tekst van ‘Let It Snow’ enz. enz.:

Oh, the weather outside is frightful,
but the fire is so delightful.
And since we’ve no place to go,
let it snow, let it snow, let it snow.

Man it doesn’t show signs of stoppin’
and I brought some corn for poppin’.
The lights are turned way down low.
Let it snow, let it snow, let it snow.

When we finally kiss good-night,
how I’ll hate going out in the storm.
But if you really hold me tight,
all the way home I’ll be warm.

Oh the fire is slowly dying
And, my dear, we’re still good-bye-ing.
But as long as you love me so,
let it snow, let it snow, let it snow.

Het lied is in 1945 geschreven door Sammy Cahn (tekst) en Jule Styne (muziek) tijdens een hittegolf. Dit blijkt niet uit de tekst, want die maakt melding van een brandende liefde die ondanks de hevige koude het afscheid van elkaar dragelijk moet maken. De song bevat, zoals te verwachten bij dit soort degelijke creaties, de nodige 2-5-1 progressies: in de A’tjes G7 – C7 – F6 (eerste twee maten), Am7 – D7 – G7 (maten 5 & 6), in de bridge D(m)7 – G7 – C(maj)7.

↑ Lead sheet in C van ‘Let It Snow! Let It Snow! Let It Snow!’

(Om de volgende nummers te beluisteren moet je Spotify op je device hebben.) 

Van het nummer zijn weinig intsrumentale versies; het klinkt het lekkerst, wanneer het gezongen wordt. Diana Krall brengt het begeleid door het Clayton-Hamilton Jazz Orchestra.


↑ Diana Krall, ‘Let It Snow’ (Have Yourself a Jazzy Little Christmas, 2015).

Een intiemere versie vinden we bij Trijntje Oosterhuis, live en slechts door Leonardo Amuedo op gitaar begeleid. Ze zingt het stuk ook live tijdens Koffietijd (december 2016), een beetje gehaast, dat wel. Niet een ieder zal die hees makende poliepen van haar appreciëren.


↑ Trijntje Oosterhuis zing ‘Let It Snow! (Christmas Evening with Trijntje Live, 2017).

Een bijzondere versie dan maar? Betty Carter (1929-1998) zingt op haar heel eigen wijze het nummer met de band van Roy Hargrove. Zij was misschien wel de eerste vrouw die haar eigen platenlabel oprichtte, Bet-Car Records. Dat was in in 1969.


↑ Betty Carter, met Roy Hargrove op trompet, zingt “Let It Snow!’ (Jazz For Joy, 1996).

Tenslotte: het lied prijkt op alle favorietenlijstjes van Christmas songs. Het was bij het uitbrengen ervan meteen een hit. Het vreemde is, dat het lied in géén enkel opzicht over de kerst gaat. De Staat heeft voor haar statement het verkeerde liedje uitgezocht. Er is domweg niet over nagedacht. Vergeefse moeite. Haal dat kerstmannetje uit de video. En stop die subsidie.

Addendum.
Ook tenorgigant David Murray heeft zich gewaagd aan het nummer. Wie het stuk kan vinden, mag de link doorsturen. Het staat op het album Seasons, in 1999 uitgebracht op het label Pow Wow. Alleen op allmusic.com valt een fragment te beluisteren (track nr. 10).

Sinterkerstklaasmis

In het tehuis waar mijn moeder haar laatste levensdagen doorbracht, was de kerstboom, voor een prikkie aangeschaft bij de jeugdboerderij om de hoek, vrolijk opgetuigd. De lichtjes brandden en een enkele bewoner hief spontaan om de vijf minuten een liedje aan. Het was de week voor kerst (die zou in 2013 midden in de week vallen, op woensdag en donderdag) en tijd voor haar gebruikelijke gang naar de kapsalon. Lift in, lift uit, hal door en je was er al. Er klonk beneden zachtjes kerstmuziek uit de luidsprekers.


Jazz Christmas Party (Warner Bros., 1997), compilatie moderne interpretaties van bekende Christmas songs uit het Engelstalige repertoire.

De dag ervoor had ik een afspraak bij de kapsalon voor moeder kunnen regelen. In het pand had zich sinds kort een tweetal kapsters gevestigd en een nieuwe zaak geopend. Bruisend bloed tussen het oude spul. Ze waren piepjong, wat de verkeerde inschatting van hun werkplek weer goed verklaarde. Ik vond het erg gewaagd en dat mocht zeker gezegd worden van de kleding die een van de meiden droeg. Ik dacht tegen een stootje te kunnen, maar ik had nog nooit zo’n diep decolleté gezien. Je hebt werkkleding en je hebt werkkleding, maar hiervan werd ik, man, knap onrustig.

Op de afdeling van moeder woonde ook Henk, de enige man onder de cliënten. Henk ambieerde in een ver verleden, dat hij zich niet zo goed meer kon herinneren, een professionele carrière als bokser. Dat was hem nog af te zien, want als hij je groette, wuifde hij niet. Nee, hij balde zijn vuisten en maakte er boksende bewegingen mee. Het was mij ogenblikkelijk duidelijk dat dit baasje, tenzij met grote zorg begeleid, binnenkort de bel van de laatste ronde zou horen.

In de huiskamer, waar Henk uit het raam tuurde en op sneeuw zat te wachten, konden ze trouwens niet genoeg krijgen van deze gouwe ouwe…

↑ Jingle Bells in de uitvoering van the Count Basie Orchestra (A Very Swingin’ Basie Christmas, 2015; dir. Scotty Barnhart, arr. Sammy Nestico); op YT vind je een promotiefilmpje van het orkest.

Mijn moeder kon in ieder geval pico bello het weekeinde ingaan en met keurig kapsel de aanstaande kerstdagen tegemoetzien. Op haar afdeling waren de begeleiders vol lof over het door de kapster geleverde werk en besloten om ook Henk vóór het weekeinde nog een betere hair look te gunnen. ‘Weten jullie dat wel zeker?’ – ik hoor mijzelf nog de vraag stellen. Verder wilde ik mij er niet mee bemoeien.

Eerste kerstdag bracht ik moeder weer een bezoekje. Henk zag ik nergens meer. Hij was in het weekeinde levenloos in zijn bed aangetroffen.

Ik ga het hebben over jazz in december en wil meteen één ding vaststellen: het Sinterklaasfeest is muzikaal gezien een ramp voor de oren en moet het in dit opzicht afleggen tegen het kerstfeest. Wat een erbarmelijke rijmpjes! Ik durf ze hier niet eens op te schrijven: ‘Strooi maar wat lekkers in een of andere hoek.’ Voor één keer ben ik het eens met Toon Hermans: Snieklaas, een vervelend personage… met z’n schimmel.

Dit ongemak wordt ruimschoots goedgemaakt door de kerstdagen, want daar wordt vanuit iedere hoek met lekkers gestrooid. Dat uit de jazzhoek mag er wezen. AABA of ABAB schema’s en daarover lekker soleren, Christmas songs winnen het van Sinterklaasliedjes. Aan de ouderdom van de traditie kan het niet liggen, want ‘Jingle Bells’, ook geheten ‘One Horse Open Sleigh’, stamt uit 1857. Het was bedoeld als hooilied op Allerheiligen (Thanksgiving), maar kreeg met de kerst meteen een swingend onthaal. Dat kan van geen Sinterklaaslied gezegd worden.

Laat ik mij beperken tot de jazzy Christmas songs. Er circuleren genoeg top-tien-lijsten met kerstnummers in allerlei genres. Op bijv. Ranker staat een opsomming van ‘Best Christmas Songs of All Time’. Van mij alleen een selectie, jazz for Christ

We beginnen met de meest onnozele. Ter voorkoming van gehoorschade (of erger) beperk ik de nummers tot tracks van één minuut.

Doris Day is niet de zangeres op wie ik zit te wachten. Haar ‘Que sera sera’ (met die onmogelijke vraag: When I was just a little girl, I asked my mother, what will I be? Will I be pretty, will I be rich?) schalt heel de tijd door de film ‘The Man Who Knew Too Much’ (Alfred Hitchcock, 1957) en vergalt bij mij althans het kijkgenot. Ze kán het wel, getuige haar interpretatie van ‘Blue Skies‘ (Irving Berlin, 1926). Ik moet bij de les blijven, we laten een kerstliedje van haar horen…

↑ ‘Ol’ Saint Nicholas’ door Doris Day (Columbia Records, 1949; ‘with Male quartet’)

Zóóóó’n banale tekst zóóóó mooi zingen is niet een ieder gegeven:

So, Ol’ Saint Nicholas
Here’s to you
A toast for bringin’ goodies to the young and
Ol’ Saint Nicholas hip-hooray
Have a merry Christmas day!

Ik las trouwens dat ook Bob Dylan zich op kerstrepertoire heeft gestort met zijn Christmas in the Heart (2009). Ga het vooral beluisteren, ik doe het niet. De lyriek op dit album heeft misschien bijgedragen aan de toekenning van de Nobel Prijs voor literatuur. Hij moet in zeven jaar flink progressie hebben gemaakt.

Dan nog liever Dean Martin, die naast mooi zingen ook goed kon drinken. Zijn ‘Christmas Blues’, veelbelovende titel, was de producent vergeten op het oorspronkelijke album te plaatsen en werd als bonus alsnog gebracht op de editie van 1989. Dat was een paar whiskey’s verder.

↑ ‘Christmas Blues’ door Dean Martin (A Winter Romance, 1959/1989).

Gelukkig hebben we Charlie Parker, met een witte raaf weliswaar. Voorzover bekend heeft the Bird zich verder nooit gewaagd aan sfeermuziek bij de glühwein en idyllisch winters landschap.

↑ ‘White Christmas’ (25 dec. 1948, live vanuit de Royal Roost NY, met o.a. Kenny Dorham op trompet en Max Roach op slagwerk).

Het wordt steeds beter. Ella Fitzgerald’s ‘Good Morning Blues’ is een bewerking van een song van bluesgitarist Lead Belly (1885-1949). Het plezier van de musici in het begeleidende orkest spat ervan af, terwijl Ella afsteekt met een vrolijke blues na een verloren relatie:

Oh Santa Claus listen to my plea,
oh Santa Claus listen to my plea,
don’t send me nothing for Christmas
but my baby back to me.

De melodie is in 12/8 getoonzet en de riffs zijn in prettig scheve akkoorden geschreven. Het is niet eens Count Basie die het orkest leidt.

↑ ‘Good Morning Blues’ door Ella Fitzgerald (Ella Wishes You A Swinging Christmas, 1960); dirigent en arrangeur is Frank DeVol.

Baardje onder de kin en muts op! Dexter zou zo voor Santa Claus kunnen doorgaan. De lichaamsbouw had hij er zeker voor. Zijn ‘Christmas Song’ staat een beetje verdwaald op het album The Panther tussen nummers als ‘Body & Soul’ en ‘The Blues Walk’, zeker als je je bedenkt dat de opnamen zijn gemaakt op 7 juli 1970. We genieten van zijn krachtige spel en afterbeat.

↑ The Christmas Song door Dexter Gordon (The Panther, 1970, met Tommy Flanagan op piano).

Wynton Marsalis (ja, ook hij!) heeft een hele cd met Christmas songs volgeblazen: Christmas Jazz Jam (12 nummers, 2009). Daar staan de belangrijkste standards op! Eerder heeft hij Crescent City (1989) uitgebracht. Allemaal prachtige tonen, ook de hoge, zoals we die van Wynton gewend zijn. Timing? Ronduit geweldig.

(Om het volgende nummer te kunnen beluisteren moet je Spotify op je device hebben.)

Voor mij de absolute top: Joshua Redman die een heerlijk potje, inclusief verhogingen, ‘Santa Claus Is Coming to Town’ wegblaast. Op spotify is het nummer geblokkeerd. De hoes, voor wie zich het album wil aanschaffen, is bovenaan in dit artikel te zien. Op YT is de opname zonder bewegende beelden te beluisteren; ik geef die hier bij wijze van uitzondering integraal…

↑ ‘Santa Claus Is Coming to Town’ door Brad Mehldau en Joshua Redman (Warner Bros. Jazz Christmas Party, 1997; compositie van Coots & Gillespie).

Het moge duidelijk zijn, dit is mijn favoriet en maakt deel uit van mijn repertoire. Ik speel het graag als afsluiting van mijn dagelijkse oefeningen. Zomer, winter, herfst, lente – het maakt mij niet uit. Fijne kerstdagen!

Dit was ik bijna vergeten. Er bestaan wél uitstekende jazzinterpretaties van Sinterklaasliedjes. Het trio Braat, Van der Krabben en De Wit brachten in 2014 hun cd Swingterklaas uit en promoten deze op televisie:


↑ ‘Hij komt! Hij komt!’ door Braat, Van der Krabben & De Wit bij de DWDD op 5 december 2014.

Robert Bosscher, gelauwerd pianist uit Nederland, maar tegenwoordig New York based, was hen in 2012 voor! Hij heeft zich bijv. op ‘Hoor, wie klopt daar, kinderen?’ gestort. Het nummer is opgenomen in New Jersey met zijn all-star New York Quartet. Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat ik daar Mark Turner (geb. 1965) op tenor sax hoor spelen.
Addendum: op navraag heeft de componist zelf (zie comments bij YT-filmpje) mij verteld dat zijn vriend Matz hier op de sax speelt.

(Om het volgende nummer te kunnen beluisteren moet je Spotify op je device hebben.)

Ik blijf het toch maar bij ‘fijne kerstdagen’ houden.