Nardis

Op jazzmuziek wordt niet gedanst. Beter gezegd: sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw wordt er niet meer gedanst op jazzmuziek. Tot dan toe ging het grote publiek naar de danshallen, waar de ruimte gevuld werd met de klanken van een dansorkest. Met de komst van de kleinere bezettingen en de introductie van bebop en hardbop raakte het dansen uit de mode en werd jazz luistermuziek.

De jazz verloor daarop in de jaren ’60 de slag om populariteit met de popmuziek, die grotendeels wél dansbaar was. Dat is in wezen vreemd, want 4/4 en 3/4 ritmes vormen het overgrote deel van de standards in de jazz. Toch moet ik bekennen: zou ik tijdens het spelen plotseling een danspaar voor m’n neus zien, het soleren zou mij stroever afgaan.

Van dansen moet je überhaupt houden. Als kleine jongen kwam ik op de zondagmiddag over de vloer bij een schoolmaatje, bij wie ze thuis een televisie, de eerste in de straat, hadden. De beelden kwamen niet verder dan tinten in zwart-wit. Speciaal voor de moeder stond het apparaat afgesteld op een zender met danswedstrijden. Zij was verzot op dansen.

De vader had daar andere gedachten over. Als zij de keuken inliep om voor ons een pot thee te zetten, draaide hij het geluid weg en de danspasjes, verstoken van de bijpassende geluiden, veranderden in vreemde stuiptrekkingen (vooral bij de cha-cha-chá en de tango), wat bij hem een onbedaarlijk lachen uitlokte dat in de keuken goed te horen was geweest. Een aantal jaren later bleek dat hun huwelijk sterk had geleden onder deze zondagmiddagen.

Ik weet niet hoe het komt, maar als ik naar ‘Nardis’ luister, doemt voor mij onmiddellijk het beeld van een danseres op. Zwierig en oriëntaals, zoals Salome die naast het vers afgehakte hoofd van Johannes de Doper voor koning Herodes haar sensuele passen maakt.

Zo klinkt de standard:

Mijn versie van ‘Nardis’ (170 bps).

Het stuk is geschreven door Miles Davis in 1958 en werd door Julian ‘Cannonball’ Adderley op zijn album Portrait of Cannonball vastgelegd. Miles zelf heeft zijn eigen stuk nooit op de plaat gezet.


↑ Miles Davis’ ‘Nardis’, C-versie (Real Book vol. I, pag. 316).

Het nummer dateert uit de periode dat Miles Davis modale jazz componeerde. Thema’s zijn minimalistisch en uitgebreide akkoordenschema’s ongebruikelijk. Nummers als ‘Blue in Green’, ‘All Blues’, ‘Freddy Freeloader’ zijn fraaie voorbeelden hiervan. ‘So What’ met een riff en slechts twee akkoorden (Dm7 en Ebm7) spant in zijn eenvoud de kroon.

Op het eerste gezicht lijkt ‘Nardis’ niet te voldoen aan de voorwaarden van modale jazz. Het bevat een akkoordenschema met in het B’tje een slordige 2-5-1 progressie en heeft zelfs een melodie. Bij nader beluisteren bestaat die melodie hoofdzakelijk uit verfraaiingen rond de noten E en B. Toch modaal?

Als het nummer op zich al intrigeert, dan zeker de titel ervan. Waarop slaat ‘Nardis’? De zoekmachine van Yahoo: “‘Nardis’ is a tune originally written by Miles Davis. It means nothing. It is backwards for Sidran, the last name of a musical associate of Miles.” Dit klinkt te simpel, want als pianist Ben Sidran (over hem later meer) is bedoeld, lijkt dit vergezocht, want deze was pas 14 jaar oud, toen Miles zijn nummer componeerde, en de twee kenden elkaar (nog) niet.

Een poging verder brengt mij op het spoor van de Dick Van Dyke Show, een uit de VS overgewaaid, wekelijks terugkerend evenement op de Nederlandse zwart-wit-beeldbuizen. De aftiteling van het programma vermeldt meer dan eens dat de dames Nardis Clothes dragen (bron: flashbackdallas.com).


↑ Kledinglijn van Nardis of Dallas (copyright myvintagevogue.com)

De hierboven aangehaalde bron is een van de zovele pagina’s met complottheorieën over de JFK-moord en moet tot waakzaamheid manen. Vermakelijk is de kost wel. Een zekere Ben Gold heeft een kledingfabriek van een zekere Joe Sidran (= Nardis) opgekocht en florerend gemaakt. Als werknemers worden Abraham Zapruder (ja, die van het Kodakchrome-filmpje) en Jeanne LeGon genoemd. Die laatste was bevriend met een zekere Lee Harvey Oswald.

Hier haak ik af. De fashion connection tussen de Dick Van Dyke Show en de Kennedy Assassination is voor mij iets oncontroleerbaars. Misschien brengen de laatste en recentelijk vrijgegeven 3000 FBI-documenten hierover meer aan het licht.

De keuze om een jazz standard ‘Nardis’ te noemen naar een kledinglijn is niet ondenkbaar. Miles kon echter niet op het idee zijn gekomen door het zien van de Dick Van Dyke Shows. Die werden pas vanaf 1961 uitgezonden. Dood spoor dus. Laten we maar naar het stuk luisteren. De moederversie stamt van Cannonball Adderley. De trompettist is daar Blue Mitchell.

(Om de volgende nummers te beluisteren moet je device over Spotify beschikken.)


↑ ‘Nardis’ door het Julian Adderley Quintet (Portrait of Cannonball, 1958).

Miles heeft zijn creatie dus nooit op vinyl laten vastleggen. Of hij het zelf ook ooit live heeft gespeeld, weet ik niet. Wie dat wel uitvoerig deed (vastleggen en voor publiek spelen) was pianist Bill Evans. Op een of andere manier valt het stuk bovengemiddeld vaker in de smaak bij pianisten dan bij andere instrumentalisten.


↑ Bill Evans’ versie van ‘Nardis’ (Explorations, 1961).

Stephan Abel (tenor sax), Lutz “Hammond” Krajenski (Hammondorgel), Matthias “Maze” Meusel (drums) en Olaf Casimir (bas) vormen het Hidden Jazz Quartett. Een reggae interpretatie voor de liefhebber.


↑ ‘Nardis’ door het Hidden Jazz Quartett (Raw and Cooked, 2016).

Miles’ stuk leent zich voor vele stijlen. Hier volgt een Latin versie. Op tenor sax horen we Steve Eisen.


↑ ‘Nardis’ door James Sanders & Conjunto (Jacaranda Jazz Club, Chicago, 11 juli, 2008).

De meest recente versie die ik van het nummer ken, is die van Xavier Thollard. Hij is na Bill Evans de zoveelste pianist die het op zijn repertoire heeft staan.


↑ ‘Nardis’ door het Xavier Thollard Trio (Nardis, 2017).

Terug naar m’n oorspronkelijke zoektocht. De meester zelf geeft uitsluitsel over de herkomst van de naam van zijn boreling. Het is vastgelegd in een interview dat pianist, tevens journalist, Ben Sidran, hem afnam. Dat was in zijn huis in Malibu, California, op 30 januari 1986:

B. I’ve got one more question for you. The song ‘Nardis’, how did you happen to name it ‘Nardis’? Do you remember?
M. No, I can’t remember. It might have something to do with nuclear.
B. That’s a long time ago, I guess.
M. I know I did it for Cannonball. I think, I just liked the name. What does it mean?
B. I don’t know, but it’s my last name backwards.
M. You’re kidding. I don’t know, but that’s a nice name!

↑ Het slot van Ben Sidrans interview met Miles Davis (copyright soulandjazz.com).

Nu weten we het.

Een reactie op “Nardis

Geef een persoonlijke reactie