Scheveningen

Ik werkte eens voor een directeur die mij vertelde dat hij nog nooit een palmboom in het echt had gezien. ‘Ook niet bij de Intratuin?’ vroeg ik, maar die vraag ging hem te ver. Het kon nog erger, want hij was overal geweest, maar aan zee (laat staan een met palmbomen) heeft hij nooit vertoefd. Scheveningen? Niet eens de rook ervan.

Nu ben ik niet direct een strandganger, maar een weekje mediterraan zeewater en zonlicht heb ik niet aan mij voorbij laten gaan. Het was hoe dan ook geen strandvakantie met de bossa nova bandjes nadrukkelijk in het vizier. Dat romantisch beeld behoeft stevige correctie. Er is geen saxofonist (ik spreek even voor mijzelf) die graag in de buurt van zeewater zijn instrument uit de koffer pakt.

Mijn sax ziet er gezandstraald uit (het is zo’n ongelakt exemplaar), maar is dat niet door het verblijf aan zee. Ik geloof dat alleen Willem Breuker bij de filmopnames van de Zeeland Suite (Cuijpers, 1977; zie einde film) het waagde zijn sopraansax bij Middelburg te water te laten. Maar dat was puur om het showeffect. En het was geen Scheveningen, hoewel het Willem Breuker Collectief wel het jaar daarvoor op het aller-allereerste North Sea Jazz Festival, op vrijdag 16 juli 1976, het avondprogramma in de Sweelinckzaal mocht verzorgen (na hem kwamen Mischa Mengelberg & Han Bennink en Leo Cuypers).

Zonder de allure van een copacabana heeft onze nationale badplaats toch de eer gehad door Hollands grootste zanger-kleinkunstenaar bezongen te zijn. Louis Davids zingt in zijn ‘Weekend in Scheveningen‘ (1932):

Ik breng mijn weekend door met jou
in Scheveningen.
De zee is lauw, de lucht is blauw
in Scheveningen.
Daar kan je graaien in het zand
met een ijsco in je hand,
zo samen aan het stille strand
in Scheveningen.

Ik zou het niet kunnen bedenken. Sociografisch is het interessant te horen dat het in Davids’ tijd nog stil was aan het strand. Maar jazzy is het lied beslist niet. Mijn zoektocht, want Davids heeft mij wel nieuwsgierig gemaakt, bracht mij bij Fay Claassen die ‘Zon in Scheveningen’ zingt, een tribute aan Rita Reys. Zij zet voor de juiste sfeer een zonnebril op en zingt een jazz standard over onze badplaats.


↑ Fay Claassen begeleid door het Concertgebouw Jazz Orchestra.

Rita Reys! Ik ben nooit een fan geweest van Rita Reys, want ik vond (en vind het nog steeds) haar uitspraak verkeerd. Van Chet Baker werd ik ook niet warm, maar dat is de laatste tijd aan het keren. Wie weet geef ik Rita een second chance, maar daarover straks meer.

(Om de onderstaande songs te kunnen beluisteren moet je Spotify op je device hebben.)

Rita Reys, Europe’s first lady of jazz, zong dus over Scheveningen en naar verluidt is dat lange tijd de enige, Nederlandstalige jazzballad geweest. Het is op de plaat gebracht in 1959 als een van de vele liedjes op een compilatie.

Zon en zand,
ice cream, soda tonic –
in een ligstoel zon ik
op het strand.

Booouuulevard…
Achter glazen muren
zitten we te gluren
naar elkaar.

De zee is trillend cellofaan,
de lucht een strakke blauwe vaan,
het strand een mierenhoop.
Een meeuw verscheurt haar eigen keel;
een dansorkest speelt ‘love for sale’.
Er is zoveel te koop.

Boven ’t duin
draaien vogels kringen.
Zon van Scheveningen,
maak me bruin!

Als dermatoloog zou je je wenkbrauwen kunnen fronsen bij het horen van de woorden in de laatste regel. Verder klinkt ‘keel’ uit Rita’s mond als ‘kill’ en ‘sale’ als ‘sil’. Voor de rest is het professioneel gebracht, vooral jazzy gezongen en daardoor met recht nagevolgd door Willem Nijholt en Simone Kleinsma. Zelf heeft zij later over dit lied gezegd dat platenmaatschappijen haar vaker ‘Nederlandse lullige liedjes’ wilden laten zingen, wat zij heeft geweigerd (bron: Trouw, 22 november 2004). Het lied is dus een unicum in het repertoire van onze first lady of jazz.

Dat Rita kon zingen, heeft zij al vroeg laten zien, want zij begon na 1945 door Europa te touren en haar naam was in de vroege jaren ’50 gevestigd. In 1956 kwam zij op uitnodiging van George Avakian, producer bij het Columbia-label, plaatopnames maken met Art Blakey’s Jazz Messengers. Uiteindelijk zijn zes songs (opgenomen over twee sessies in de maanden mei en juni) op de plaat The Cool Voice of Rita Reys (1956) beland. Je moet ze er wel uitpikken.

Ik moest een paar keer met mijn ogen knipperen bij het lezen van ‘Art Blakey’s Jazz Messengers’. In mei 1956 bijvoorbeeld bestond de bezetting van zijn band uit Horace Silver (piano), Dough Watkins (bas), Donald Byrd (trompet), Hank Mobley (tenor sax) en Blakey zelf natuurlijk op drums. SILVER – BYRD – MOBLEY… Wat een line-up! Rita bleek echter minder gecharmeerd te zijn geweest van het project: zij kreeg er geen kick van en vond het niet swingen (sic! en dezelfde bron:Trouw, 22 november 2004).

Onbegrijpelijk. Neem nou haar versie van ‘Taking a Chance on Love’ (Vernon Duke, 1940), waarop Horace, Donald en Hank decente riffs spelen en maar kort mogen soleren! Blakey laat de voor hem kenmerkende roffel (in Rita’s woorden: ‘Die beroemde roffel van hem vond ik vreselijk.’) maar één keer eventjes horen. Mobley krijgt niet meer dan acht maten… Maar swingen doet het toch?

Ik blijf erbij, haar uitspraak van het Engels ligt bij mij niet lekker in het gehoor. Gaan wij voor Jane Monheit?


↑ Live versie door Jane Monheit (2010); de solo van pianist Michael Kanan mag er ook zijn.

Een reactie op “Scheveningen

  1. ik ben opgegroeid in Scheveningen, nog Pia Beck gezien door de raampjes van haar club (de Vliegende Hollander) aan het Gevert Dynoordplein en in het Kurhaus mensen als Cannonball Adderly en Art Blakey (zijn Moaning vind ik leuker dan zoals wij het spelen) en John Coltrane horen spelen (en daarvoor nog Louis Armstrong). Ben overigens wel altijd een fan geweest van Rita Reys en het trio o.l.v. Pim Jacobs. Die Fay Claassen spreekt mij minder aan, Edith is toch veel beter???
    Ja, ik ben een fan van Scheveningen, althans zoals het vroeger was……….

Geef een persoonlijke reactie