Even weg

Het is de zucht van deze tijd: we zijn voor iedereen merkbaar aanwezig 24/7. Niets ontgaat niemand meer. Het is zelfs uitkijken geblazen, want tegenwoordig moet je meer doen om onzichtbaar dan vindbaar te zijn. Op het IN zijn al geluiden (ja, het internet maakt geluid) te horen die je aanraden voor je gemoedsrust een periode van onbereikbaarheid in te lassen.

Filosoof Seneca zou je hebben verwezen naar zijn cella pauperis, het armenkamertje, om je terug te trekken, verstoken van alle luxe. Water en droog brood voor enkele dagen, hiermee zuiver je je geest. Eenmaal teruggekeerd in je dagelijkse omgeving kun je weer een tijd tegen de afleiding en stress.

De gedachte aan je omgeving te kunnen ontsnappen leefde ook pre-digitaal in de 20ste eeuw. Het muzikale advies even van de wereld te zijn horen we in Let’s Get Lost (Jimmy McHugh & Frank Loesser, 1943). Het is voor het eerst gezongen in de film Happy Go Lucky (1943, regie Curtis Bernhardt) en op de plaat (78 toeren) uitgebracht door zowel Vaughn Monroe & his Orchestra als Kay Kyser & his Orchestra (‘for best results use RCA Victor Needles’).

Het liedje vormt een van de weinige uitzonderingen waarbij de liefde niet van een treurige kant wordt bezongen. ‘Let’s defrost in a romantic mist, let’s get crossed off everybody’s list’. Juist, even geen lijst met contacten en van elkaar genieten (‘…celebrate this night we’ve found each other’).

(Voor het beluisteren van de songs moet Spotify op je device staan.)

Het lied kreeg in 1960 meer bekendheid door de piep-jonge Johnny Nash (op gelijknamig album Let’s Get Lost, 1960). Hij was amper 20 jaar oud en had later een hit met I Can See Clearly Now (1972).

De song is een standard geworden dankzij de versie van Chet Baker (Chet Baker Sings And Plays With Bud Shank, Russ Freeman and Strings, 1981) en is tevens de titelsong van de gelijknamige documentaire film over Chets leven (regie Bruce Weber, 1988).

‘Standard’ is misschien een te groot woord. Zo vaak kom je de song niet tegen. Fay Claassen zingt hem slechts door ritmesectie begeleid (Fay Claassen Sings Two Portraits of Chet Baker, 2008). Met dank aan Chet.

Misschien de meest recente versie komt van Cyrille Aimée (Let’s Get Lost, 2016, haar tweede album). Zij was finaliste voor de Franse variant van Idols, maar zag af van deelname, omdat haar keuze voor een gypsy stijl (zij is idolaat van Django Reinhardt) van de organisatoren niet mocht.

Wil je aan de studie? Hier heb je de lead sheet: 32 maten in een ABAC-schema, vol lekkere akkoorden. Oefenen met een backing track op Spotify kan hier.

En dit is mijn versie:

Circular breathing

Droom en nachtmerrie van de saxofonist: circular breathing. Het is het rondpompen van de ademstroom om zonder adempauzes de melodie voort te zetten. Als je het beheerst, laat je een knap staaltje van ademtechniek zien. De nachtmerrie bestaat daarentegen hieruit dat je vele oefeningen achter de rug moet hebben vol ademnood, hoestbuien en kokhalsen. Resultaat is niet gegarandeerd. Ik houd het liever bij lange tonen.

Waar gaat het om? Het is een techniek waarbij je tegelijk moet inademen en uitblazen. De winst bestaat uit het ongehinderd doorblazen op je instrument. Je kunt langer fraseren. Natuurlijk kan er gewerkt worden op longinhoud of je fraseringen uitkienen, zodat het tussentijds ademhalen niet hoorbaar is (voor zover je je daaraan kunt storen). Er zijn saxofonisten die het handig vinden, andere maken er een circusact van.

Ik heb ooit enige eerste stappen gezet om de principes van circular breathing te bevatten. De, meestal korte, oefeningen eindigden in braakneigingen en een vieze smaak in de mond. Mocht het je lukken de circulatie tot stand te brengen – inademen, wangen volpompen, langs de lippen lucht uitpersen én door de neusgaten tegelijkertijd adem halen – , ben je er nog niet. De luchtstroom is niet constant. Je beheerst de techniek pas, als je de uitgaande luchtstroom voor een kaarsvlam houdt en je deze in een constante hoek blaast. Met een rietje in een glas water kan het ook (zie hieronder).



↑ YT-channel van Earspasm: circular breathing, fluitje van een cent.

Eerlijk gezegd zie ik het de grote jongens de laatste tijd niet zo vaak meer doen. James Carter (begin en verderop in de clip, naast vele andere acts) past de techniek nog regelmatig toe. Van de grote drie Joshua Redman, Eric Alexander en Chris Potter kan ik het mij niet heugen.

Circulaire ademtechniek is overigens niet iets uit onze tijd. Op oud-Griekse vaasschilderingen zie je fluitspelers aan het werk. Vaak zijn het zgn. aulètreis die op feestjes de heren (en uitsluitend heren) met hun deuntjes amuseren. Zij spelen op de diaulos, de dubbele fluit. Bij nadere beschouwing zijn zij allen afgebeeld met bolle wangen, iets wat je niet op een fluit doet. Het gaat hierbij eerder om een hobo-achtig instrument.

aulètris

↑ Herenfeest met muzikante (oud-Griekse roodfigurige vaasschildering, 5de eeuw voor Christus).

Dit is nog niet het bewijs dat de oud-Griekse ‘hoboïsten’ circulaire ademtechniek beheersten. Op sommige afbeeldingen is echter iets bijzonders te zien: het haar van de muzikant heeft bij het achterhoofd een inkeping; een enkele keer is er duidelijk vanaf het mondstuk om het hoofd een koord gespannen. Dit heeft alleen maar zin, als het niet de bedoeling is om het instrument tijdelijk van de mond te halen. Ademhalen kan dan alleen door de neusgaten. Circular breathing!

auletes
Aulètes met koordje om het hoofd (oud-Griekse roodfigurige vaasschildering, 5de eeuw voor Christus).