Duivels

Als je Grieks filosoof Plato mag geloven, zijn herinneringen porties kennis van ervaringen uit een vorig leven. Alles waarover je kennis vergaart, is hetzelfde en onveranderlijk. Het lerend vermogen van een mens is direct gerelateerd aan de mate waarin hij zich de dingen weet te herinneren.

Beroemd is het verhaal over zijn leermeester Sokrates die een slaaf zonder enige sjoege van wiskunde, bijna uit zichzelf een wiskundig probleem, de verdubbeling van het vierkant (Menon, 84d e.v.), laat oplossen. De slaaf had geen onderwijs genoten en de mathematische bewijsvoering, onder strakke regie van Sokrates, was een geval van het zich herinneren van latent aanwezige kennis.

↑ Diagonaal vormt de zijde van een vierkant met dubbele oppervlakte (afbeelding tudelft.nl).

Ach, was het maar zo simpel en kon ik door herinneringen in een handomdraai mij op het cognitieve vlak van anderen onderscheiden. Even de ogen dicht, een enkel beeld voor de geest halen en ‘All The Things You Are’ komt vlekkeloos uit de tenor sax…

Wanneer ik reïncarneer, hoop ik in ieder geval die herinnering te hebben aan 22 juni 1975. Op de oude Philips TV verschenen beelden die onopgemerkt bleven (ik was in iets anders verdiept), totdat de luidspreker (het monotijdperk was nog niet helemaal ter ziele) klanken uitbraakten die iets nieuws aankondigden.

Het Philip Glass Ensemble speelde tijdens het Holland Festival ‘Another Look at Harmony‘, in een latere versie bekend als ‘Train’, eerste akte uit de opera Einstein On The Beach. Na die zondag zijn de klanken ervan niet meer uit m’n oren vertrokken en ik heb het niet over tinnitus.

(Om de onderstaande nummers te kunnen beluisteren moet je device over Spotify beschikken.)


↑ ‘Train’, eerste akte uit Philp Glass’ Einstein On The Beach, 1976; op deze opname uit 1993 wordt het stuk beduidend sneller (en beter) gespeeld dan in de moederversie.

Na de neoromantiek (Liszt, Wagner, Mahler), het serialisme (Schönberg, Berg, Webern) en de aleatorische muziek (Stockhausen, Cage) was het wachten op de volgende noviteit. En die kwam dus, voor mij althans, met de minimal music van 22 juni 1975. Met componisten als Riley (‘In C’), Glass (‘Music in Twelve Parts’), Reich (‘Music For Mallet Instruments, Voices And Organ’), Adams (‘Short Ride in a Fast Machine’) reed de muzikale trein een andere richting op.


↑ Steve Reich, Music For Mallet Instruments, Voices And Organ (1974).

Hierna is een lange periode aangebroken van leegte en het is er een die niet lijkt te worden opgevuld. De muziek maakt al decennia lang pas op de plaats. Na het zien van het Eurovisie Songfestival 2018 ben ik geneigd te denken dat zij zelfs een fase van achteruitgang en verval doormaakt.

Wellicht om die reden zoek ik muzikale voldoening in de jazz, want daar is elke noot vernieuwend. Dat is om technische redenen, een filosofische ándere kijk hierop laat ook hier op zich wachten. De free jazz (Albert Ayler, Ornette Coleman, Cecil Taylor en de late John Coltrane; in ons land Han Bennink en Misha Mengelberg) heeft een krachtig, maar kort leven gehad, misschien vooral omdat het geen schone kunst betrof.

Normaal gesproken weid ik, op dit punt van het artikel gekomen, uit over het spel op tenor sax en dis voorbeelden op van virtuozen op dit instrument. Mijn oog (of moet ik zeggen ‘mijn oor’?) viel dit keer op een stuk pianomuziek van György Ligeti (1923-2006). Een sprankje hoop leeft in mij dat het met de muziek nog de goede kant op kan gaan.

Het kan zijn dat ik te veel verg van de lezer die zich door de onderstaande alinea’s heen moet werken, want hier gaat het niet om jazz. Ligeti’s faam kwam wellicht met zijn spraakmakende symfonisch gedicht voor 100 metronomen (Poème Symphonique, 1962). Het geratel van dit honderdtal, waarvan elk specimen op een eigen tempo is ingesteld, is een fraai staaltje van musique concrète. Het moet tegenwoordig een peuleschil zijn om 100 smartphones met metronoom-app op vergelijkbare manier op te starten. Wie pakt dit experiment op?

Zonder het te weten hebben velen naar Ligeti geluisterd, als zij naar Stanley Kubricks apocalyptische film “2001, a space Odyssey” hebben gekeken, waarin zijn Lux Aeterna, “eeuwig licht”, te horen is. Mijn interesse werd echter voornamelijk gewekt door zijn Études voor piano, tweede boek, uit de jaren 1988-1994. De dertiende étude is een goed voorbeeld van de polyritmiek die het latere werk van Ligeti kenmerkt.


↑ Eerste maten van “L’escalier du diable”, officieel in 12/8, maar het stuk is geschreven in blokken van 36 tellen van achtsten die asymmetrisch geordend zijn.

Zelden heb ik zo’n beeldende compositie gehoord: je hoort werkelijk iemand de trap nemen. Bij nauwgezet luisteren valt op dat de motieven alleen maar stijgend zijn, nooit dalend. Naar verluidt heeft Ligeti zich bij het schrijven hiervan laten inspireren door de Penrose-trap, zoals in het grafisch werk van M.C. Escher. De componist heeft zo te horen voor één richting gekozen en wel die naar boven. Aangekomen bij de hoogste toets zet de pianist met een doffe bonk weer aan op de laagste toets, want het eindpunt is tevens vertrekpunt.


↑ György Ligeti, “L’escalier du diable” (Études, Livre 2, nr. 13; in de uitvoering van Pierre-Laurent Aimard, waarvan een versie ook op Youtube te zien is).

Hoort de lezer in dit artikel dan helemaal geen flard tenor sax? Vooruit, een stap terug naar de minimal music: mijn eigen ‘compo’ voor vier saxofoons…