It Never Entered My Mind

Lange tijd voordat moeder ook maar dácht aan trouwen, kreeg zij een droom die zij na het ontwaken aan haar moeder, mijn grootmoeder, voorlegde. Zij was daarin niet de enige, want de hele familie, vooral de vrouwelijke leden daarvan, koesterde diep ontzag voor de voorspellingen die onze oma aan de dromen verbond.


↑ Droom uit de Donald Duck nr. 10, jaargang 2009.

Die droom ging als volgt. Op een dag verdrongen zich drie huwelijkskandidaten op de oprit voor het ouderlijk huis. Zij kwamen uit drie verschillende steden, maar dat was niet het vreemde. Het vreemde was dat zij de gedaante van een dier hadden. Uit Jakarta kwam een olifant, uit Menado een krokodil, uit Bandoeng een nijlpaard. Hoe verzin je het.

De olifant was het snelst ter plekke, de krokodil volgde kronkelend; het nijlpaard sukkelde achter hen aan en was feitelijk te laat voor de afspraak. Ondanks zijn traagheid was het oma duidelijk: de hippopotamus zou de ware voor haar dochter zijn. Met deze constatering moest moeder het doen en zij sloeg verder geen acht op oma’s voorspelling.

Na haar huwelijk een aantal jaren later was het een ieder in haar omgeving duidelijk: zij was met een kerel getrouwd van opmerkelijk gelaten karakter. Het paar was niet lang een paar. Laat ik het maar toegeven: de enige keer dat ik mijn vader haast zag maken, was toen hij van haar wilde scheiden.

Genoeg hierover, we gaan het hebben over een slow, really slow ballad en geven een voorzet met een eigen interpretatie van een van de bekendste composities van het duo Richard Rodgers en Lorenz Hart.

↑ ‘It Never Entered My Mind’ (Rodgers & Hart, 1940).

Een vrouw die de liefde niet al te serieus nam, laat ons weten zich vergist te hebben in de goed bedoelde woorden van haar ex. Nu zij alleen is, valt de eenzaamheid haar zwaar. Het valt niet mee om in je eentje een kaartje te leggen of een drankje alleen voor jezelf te bestellen. Nog erger: er is niemand meer om je rug te krabben. Een prachtig lied wint aan kracht door een banale tekst.

Once I laughed when I heard you saying
That I’d be playing solitaire
Uneasy in my easy chair
It never entered my mind

And once you told me I was mistaken
That I’d awaken with the sun
And ordered orange juice for one
It never entered my mind

You had what I lack, myself
Now I even have to scratch my back myself

Once you warned me that if you scorned me
I’d say a lonely prayer again
And wish that you were there again
To get into my hair again
It never entered my mind

De song is al in 1949 door Frank Sinatra opgenomen. Enkele jaren later hebben o.a. Julie London, Ella Fitzgerald en Chet Baker zich erop geworpen. Definitieve bekendheid heeft de song gekregen dankzij de interpretatie van Miles Davis. De fraaie pianobegeleiding met akkoordenarpeggio’s wordt wel enigszins om zeep geholpen door vergezochte scheve klanken uit de trompet van de meester.

(Om de volgende stukken te beluisteren moet je Spotify op je device hebben.)


↑ ‘It Never Entered My Mind’ door Miles Davis (Workin’, 1959).

Het recept voor het stuk? Het schema heeft een AABA-structuur, met dien verstande dat aan het eind twee maten zijn toegevoegd. Menig solist vindt zoiets lastig, want hij raakt de draad kwijt, gewend als hij is aan standards van 32 maten. Opvallend zijn de variaties in het F-akkoord die de melodie in de eerste twee A’tjes omlijsten. Ergens las ik dat de componist hiermee de gemoedsstemming van de hoofdpersoon wilde verbeelden. Maar geldt dat niet voor elke song?

Aan het eind van elke strofe zien we een 2-5-1 progressie (G7/Gm7 – C7 – Fmaj7). Op vier maten na in het B’tje bevat de melodie in hoofdzaak een dalende lijn. Deze suggereert een mineur stemming, maar opvallend genoeg is de song niet in een mineur toonsoort geschreven.

Nog een laatste voorwaarde om de song tot z’n recht te laten komen: langzaam spelen, d.w.z. niet sneller dan♩= 90. Het wordt dan een ware exercitie, want zoals bekend is langzaam spelen moeilijker dan snel. Met snel spel kun je gebreken verdoezelen, langzaam spel verraadt meesterschap (of juist niet). Chico Freeman is m.i. zo’n meester in het langzame spel (hij speelt het stuk in♩= 60).


↑ ‘It Never Entered My Mind’ door Chico Freeman (Spirit Sensitive, 1979; de vinyl editie telt slechts zes ballads).

Ik weet niet of kinderen op jonge leeftijd jazz kunnen waarderen. Een goede kennis van mij liet zijn dochtertje van twee ‘All The Things You Are’ horen, waarop zij het woord ‘ziek!’ uitbraakte (misschien wel met de handjes over de oren geslagen – ik was er niet bij). Later stelde hij me gerust: in een vroege fase van taalverwerving laten de kleintjes eerste lettergrepen weg. Het stuk klonk haar als mu-ziek in de oren. Gelukkig.

Voor de zekerheid beveel ik elke ouder aan de tere kinderoortjes te verwennen met muziek uit de serie Jazz For Babies… (trompettist mij onbekend).


↑ ‘It Never Entered My Mind’ (The Trumpet Album, 2013, uit de serie Jazz For Babies)

Ik heb het er nog even op nageslagen. De olifant kan een maximale snelheid van 40 km. per uur halen. Die van een krokodil ligt tussen de 18 en 29 km. per uur. Het nijlpaard scoort een goede 30 km. per uur. Mijn vader was de traagste nog niet…

Gumbo Variations

Het waren de late uren op de zaterdagavond dat er naar undergroundmuziek kon worden geluisterd. We spreken over de jaren ’60 van de vorige eeuw. Van mijn ouders moest ik, tiener, al van mijn nachtrust genieten, maar stilletjes hield ik de radio, zo een met een kattenoog, aan. Waar mijn leeftijdgenoten het hielden bij The Beatles, The Stones, The Who (vroeger begonnen de namen van al die bandjes blijkbaar altijd met een lidwoord), zocht ik verder, uit gemis van nog spannendere muziek.

↑ Nostalgia: Philips BX543A met kattenoog (rechts boven), bouwjaar 1954.

Uit de luidspreker stroomden op een van die avonden bijzondere klanken. Het was popmuziek, dat wel, maar een van een rijkere soort. De geluidsknop werd even bijgedraaid en toen werd duidelijk hoorbaar dat het obligate zang-gitaar-drumspel werd aangevuld met… saxofoons! Voor het eerst in mijn leven hoorde ik werk van de MOI.

The (lidwoord!) Mothers of Invention, opgericht 10 mei 1964, d.w.z. op moederdag, zijn sindsdien nooit meer uit mijn oren gekropen. Complexe melodieën, tempowisselingen, waanzinnige teksten (“call any vegetable, call it by name; call any vegetable, call one today, when you get off the train”), opvallende hoezen, eerste dubbelalbum ooit (Freak Out!), knappe, langgerekte gitaarsoli, prominent slagwerk en… blazers. Aan het begin van bijv. ‘The Duke of Prunes’ wordt de zang begeleid door dwarsfluit en sopraansax.

(Om de onderstaande nummers te beluisteren moet je Spotify op je device hebben.)

↑ ‘The Duke of Prunes’, tweede nummer op Absolutely Free, 1967.

De jacht op geluidsdragers van de MOI was meteen geopend. Vakantiewerk in de bakkerij leverde mij geld op om mij de eerste tien LP’s van de groep aan te schaffen. We’re Only In It For The Money (1968) heb ik tijdens een schoolexcursie in Londen gekocht. De hoes intrigeerde, want deze is een genadeloze persiflage op die van Sergeant Peppers Lonely Hearts Club Band. Thuisgekomen bleek het om een mono-persing te gaan en ik voelde mij bekocht. Het exemplaar heb ik aan een goede kennis cadeau gedaan.


↑ Sergeant Peppers (links) vergeleken met We’re Only In It For The Money (rechts; naast Zappa staat zijn vrouw Gail met rechts van haar Jimi Hendrix).

Wist ik veel. In de drang naar perfectie heeft bandleider Frank Zappa ook de geluidsopname van Sergeant Peppers gepersifleerd. De originele VS-editie is in stereo uitgebracht, die in Engeland in mono (oktober 1968). Wie het een en ander hierover wil nalezen, verwijs ik naar de site van Roman Garcia Albertos, die het complete oeuvre van The Mothers en Frank Zappa tot in de puntjes beschrijft.

De jazz sluipt Zappa’s muziek definitief binnen met de komst van multi-instrumentalist Ian Underwood. Op Uncle Meat (1969) kun je zijn open sollicitatie naar een plek in de band beluisteren. Hij bezoekt tweemaal een concert van The Mothers en stapt na het tweede gewoon op ze af. “What can you do that’s fantastic?” vraagt FZ hem. “I can play alto saxophone and piano” luidde zijn antwoord. Hij kon direct aan de slag.

↑ Ian Underwood meldt zich bij The Mothers, fragment uit Uncle Meat (1969).

Ronduit meesterlijk is zijn bijdrage aan het album Hot Rats uit 1969. De muziek is opgenomen op 16 sporen, een absoluut novum in die periode. Je hoort Underwood in ieder nummer op meerdere instrumenten spelen. Het openingsnummer ‘Peaches En Regalia’ behoort onderhand tot het standaardrepertoire van bands die het ‘moeilijkere’ werk ambiëren. Ik ken een aardige versie van het stuk in 8-bit.

↑ ‘Peaches En Regalia’, 8-bit versie van ‘SatanicalEve“.

De meest jazzy nummers vind je op kant B van de vinyl editie. In ‘It Must Be A Camel’ en ‘Little Umbrellas’ (Max Bennett speelt hier de double bass) gaat het er nog rustig aan toe. Deze twee stukken flankeren ‘The Gumbo Variations’. Zappa stelde culinair gesproken geen hoge eisen; zijn favoriete maal bestond uit rijst met bonen. Het betreffende nummer heeft hij vernoemd naar een gerecht dat in het zuiden van de VS populariteit geniet: een rijstschotel met gumbo, bij ons eerder bekend als okra.

De eerste editie van ‘The Gumbo Variations’ op de LP is een ingekorte versie; op de cd-editie van ‘The Gumbo Variations’ uit 1987 staat de integrale studio-opname (16:57 min.). Zappa stond bekend om zijn xenochronie, het aan elkaar plakken van verschillende uitvoeringen van zijn stukken, maar hier laat hij de opname ongemoeid. Hij spreekt enkele inleidende woorden als aftrap van in feite één lange jamsessie. De officiële score vermeldt duidelijk: no chords; als het al moet, dan G7. Ian Underwood schittert op tenorsax. Hij knort, briest en blaft dat het een lust is. Speel het maar na.


↑ ‘The Gumbo Variations’ (Hot Rats, 1969) in de korte versie. De uitvoerende muzikanten zijn: Frank Zappa (g), Max Bennett (b), Paul Humphrey (dr), Ian Underwood (org, p, ss), Sugar Cane Harris (viool).

Frank Zappa’s zoon Dweezil speelt het nummer regelmatig in zijn (toen nog zo geheten) Zappa Plays Zappa tour (met Sheila Gonzalez op tenorsax). De Ed Palermo Big Band doet bijna niets anders dan werk van Zappa brengen (‘Gumbo’ start bij min. 15:58). Ook Big Band GveriLLaz heeft het nummer op het repertoire staan:


↑ ‘The Gumbo Variations’ in de uitvoering van BB GveriLLaz.

Zo. Als dat geen jazz is…