Circular breathing

Droom en nachtmerrie van de saxofonist: circular breathing. Het is het rondpompen van de ademstroom om zonder adempauzes de melodie voort te zetten. Als je het beheerst, laat je een knap staaltje van ademtechniek zien. De nachtmerrie bestaat daarentegen hieruit dat je vele oefeningen achter de rug moet hebben vol ademnood, hoestbuien en kokhalsen. Resultaat is niet gegarandeerd. Ik houd het liever bij lange tonen.

Waar gaat het om? Het is een techniek waarbij je tegelijk moet inademen en uitblazen. De winst bestaat uit het ongehinderd doorblazen op je instrument. Je kunt langer fraseren. Natuurlijk kan er gewerkt worden op longinhoud of je fraseringen uitkienen, zodat het tussentijds ademhalen niet hoorbaar is (voor zover je je daaraan kunt storen). Er zijn saxofonisten die het handig vinden, andere maken er een circusact van.

Ik heb ooit enige eerste stappen gezet om de principes van circular breathing te bevatten. De, meestal korte, oefeningen eindigden in braakneigingen en een vieze smaak in de mond. Mocht het je lukken de circulatie tot stand te brengen – inademen, wangen volpompen, langs de lippen lucht uitpersen én door de neusgaten tegelijkertijd adem halen – , ben je er nog niet. De luchtstroom is niet constant. Je beheerst de techniek pas, als je de uitgaande luchtstroom voor een kaarsvlam houdt en je deze in een constante hoek blaast. Met een rietje in een glas water kan het ook (zie hieronder).



↑ YT-channel van Earspasm: circular breathing, fluitje van een cent.

Eerlijk gezegd zie ik het de grote jongens de laatste tijd niet zo vaak meer doen. James Carter (begin en verderop in de clip, naast vele andere acts) past de techniek nog regelmatig toe. Van de grote drie Joshua Redman, Eric Alexander en Chris Potter kan ik het mij niet heugen.

Circulaire ademtechniek is overigens niet iets uit onze tijd. Op oud-Griekse vaasschilderingen zie je fluitspelers aan het werk. Vaak zijn het zgn. aulètreis die op feestjes de heren (en uitsluitend heren) met hun deuntjes amuseren. Zij spelen op de diaulos, de dubbele fluit. Bij nadere beschouwing zijn zij allen afgebeeld met bolle wangen, iets wat je niet op een fluit doet. Het gaat hierbij eerder om een hobo-achtig instrument.

aulètris

↑ Herenfeest met muzikante (oud-Griekse roodfigurige vaasschildering, 5de eeuw voor Christus).

Dit is nog niet het bewijs dat de oud-Griekse ‘hoboïsten’ circulaire ademtechniek beheersten. Op sommige afbeeldingen is echter iets bijzonders te zien: het haar van de muzikant heeft bij het achterhoofd een inkeping; een enkele keer is er duidelijk vanaf het mondstuk om het hoofd een koord gespannen. Dit heeft alleen maar zin, als het niet de bedoeling is om het instrument tijdelijk van de mond te halen. Ademhalen kan dan alleen door de neusgaten. Circular breathing!

auletes
Aulètes met koordje om het hoofd (oud-Griekse roodfigurige vaasschildering, 5de eeuw voor Christus).

You and the Night and the Music

Het is opvallend hoeveel jazz standards gebaseerd zijn op liedjes uit de musicals uit de eerste helft van de 20ste eeuw. In oorsprong oubollige melodieën zijn door jazz musici opgepikt en tot een vaak swingend idioom vertolkt. Er zijn ook de slowly-sung-standards, die nagenoeg geen metamorfose hebben ondergaan. Maar de meeste songs is nieuw leven ingeblazen door de virtuositeit van de jazz musici.

Mooi voorbeeld van adaptatie is ‘Softly as in a Morning Sunrise’ (Romberg & Hammerstein). Het werd voor het eerst gezongen in The New Moon in 1928 en daar was het lied bedoeld om als tango te spelen. Zinnen als ‘a burning kiss is sealing a vow that all betray’ en ‘passions that kill love and let it fall to hell’ geven geen vrolijke stemming weer.

Latere versies laten pogingen zien, op z’n minst ritmisch en melodisch, het lied opgewekter te laten klinken. In 1957 brengt Sonny Rollins, begeleid door Elvin Jones op drums en Wilbur Ware op bas, het ten gehore in de Village Vanguard. De live opname maakt de LP die een jaar later is uitgebracht uniek en het spel van het trio klinkt verfrissend.

↑ Eerste maten van ‘Softly as in a Morning Sunrise’ door Sonny Rollins (A Night at the Village Vanguard, 1958).  

De componisten van ‘You and the Night and the Music’, Howard Dietz en Arthur Schwartz, wilden eens iets anders dan het voorspelbare patroon van boy meets girl enz. en verlegden de handeling van hun musical ‘Revenge with Music’ naar het Spanje van de vroege 19de eeuw. Ik heb de andere stukken uit de musical nooit gehoord; een zoektocht op YT levert alleen ‘You and the Night &ca.’ op. Heel misschien… horen we iets Andalusisch in het ritme van het lied, waarin het veelvuldig gebruik van triolen opvalt.

Bij toeval kwam ik eens op YT ‘You and the Night and the Music’ tegen, toen ik op zoek was naar een bepaald mondstuk en een review daarvan. Daar kwam iets langs, maar mijn pogingen om een goed zicht op het mondstuk te krijgen werden steeds onderbroken door de nieuwsgierigheid naar de song die als voorbeeld diende. Het moment waarop Cosgrove aan zijn solo begint, overtuigde mij van de kracht ervan: het swingt de pan uit en het akkoordenschema nodigt uit tot lekker soleren.



↑ Simon Cosgrove vertolkt You and the Night and the Music op zijn Woodstone mondstuk.

En de tekst? Hypochondrie van de beste soort:
You and the night and the music fill me with flaming desire,
Setting my being completely on fire!
You and the night and the music thrill me, but will we be one
After the night and the music are done?
Until the pale light of dawning and daylight, our hearts will be throbbing guitars,
Morning may come without warning, and take away the stars.
If we must live for the moment, love till the moment is through!
After the night and the music die, will I have you?

De woorden die het meest intrigeren, zijn die van de metafoor van de ‘throbbing guitars’. Gitaren die kloppen als het hart in ons lichaam. Nooit gezien, maar dat maakt metaforen juist sterk. Mijn smaak is het trouwens niet. Als saxofonist heb ik het geluk dat ik alleen de noten speel. Maar wil ik expressie in mijn spel leggen, zal ik niet aan de hartkloppingen van een snaarinstrument denken.

Gelukkig is daar nog Keith Jarrett die het stuk vliegensvlug speelt en naar mijn gevoel alle Spaanse dramatiek achter zich laat.

↑ Keith Jarrett Trio, You and the Night and the Music (Still Live, 1988).

 

 

Vingers

Tijdens het spelen heb je met je blaasinstrument contact met je mond en met je vingers. Over het tweede gaan wij het hebben. Het gebruik van je vingers op de saxofoon vergt bij de studie veel aandacht.

De wijze waarop je de kleppen indrukt en loslaat, bepaalt welke (hoogte van de) toon je voortbrengt. Dit spreekt voor zich. Laagste noot is de Bb (concert Ab); hoogste noot is de hoge F (of F ‘3). Moderne saxofoons zijn voorzien van een hoge F#-klep, onderin te bedienen met de rechterhand. Op oudere en misschien meer gewilde saxofoons (King, Martin, Selmer Mark VI) moet je met een hulpgreep de hoge F# blazen.

Het kan zijn dat deze instrumenten lekkerder klinken, omdat er een boring en een as minder op de romp zijn aangebracht. Zelf gebruik ik de hoge F#-klep (ik speel op een modern instrument) nooit en heb de toets met een kurkje geblokkeerd; bij vergissing indrukken levert dan geen lekkende klank op. Bijkomend voordeel bij het toepassen van de hulpgreep is dat de overgang naar de hoge G vloeiender wordt.

De noten voorbij de hoge F worden altissimo’s genoemd. Die zijn bijna niet zuiver te krijgen en goede saxofonisten zijn o.a. aan hun spel in het altissimo bereik te onderscheiden. Ik ben ooit begonnen op dwarsfluit en dat heeft mij een beetje geholpen met de grepen voor de altissimo’s. Die grepen namelijk zijn in het vierde register niet logisch en het kost in het begin heel veel tijd ze door te krijgen. Bovendien kan de vingerzetting per instrument verschillen. Op het IN circuleren diverse zgn. fingering charts.

Berucht is de hoge G (G ‘3 dus). Altissimo A, Bb, B en C zijn snel onder de knie te krijgen, de G# wat minder. Maar de altissimo G spant de kroon. Iemand deed het mij voor hoe die aan te leren: front-F-toets en rechterhand Bb-toets tegelijkertijd indrukken (de standaard greep voor altissimo G). Groot is de kans (met de juiste stand van tong en strottehoofd, dat wel) dat er een altissimo C uit komt. Nu aanhouden en met je embouchure en keel de toon laten zakken. Als het je meezit, heb je de altissimo G (soort van) een paar dagen later in de vingers.

↑ Intro (fragment) van Caravan door Joshua Redman (North Sea Jazzfestival 1994); thema gespeeld in altissimo’s.

De manier waarop je vingers de kleppen bedienen, bepaalt ook de snelheid van je spel. De valkuil is nu om als beginner lekker vlot te spelen en met die vingers wild te keer te gaan. Fout! En dat om twee redenen. Ten eerste moet je alles langzaam instuderen, zodat je vingers weten waar, wanneer en hoe lang zij op het instrument moeten ‘landen’. Snel vingerwerk verdoezelt matig spel, wat misschien juist de bedoeling is. Het wordt er echter niet beter van.

Ten tweede beïnvloedt het wilde vingerwerk de accuratesse, maar vooral de snelheid waarmee je speelt. Wild vingerwerk lijkt snel, maar is dat niet. Een goede saxofonist herken je aan de relatief geringe bewegingen van de vingers. Vooral de vingers van de linkerhand hebben snel de neiging bij de handpalmtoetsen (D ‘3 en hoger) alle kanten op te vliegen. Rustig gebruik ervan vereist vele oefeningen.



↑ Dexter Gordon was onberispelijk in zijn vingerzetting; let bijv. op de minieme bewegingen van zijn linkerhand in Night in Tunesia (1964; muziek start vanaf min. 1:58).

Zelf sta ik voor een spiegel (dit is zéér aan te bevelen, het helpt je in alle opzichten je houding, stand van je mond enz. te verbeteren) en let op wat mijn linkerhand doet. Een mooi moment om de ijdelheid te dienen.